Het wiel des tijds

           

Hoog op de kerktoren.

Grote gouden wijzers,
gericht naar jouw tijd.

De Chinese astrologie.
Op het draaiende wiel
aardgeiten, aardvarkens,
en metaalhanen verschijnen.
Elke zestig jaar keren zij terug,
als schuivende wijzers
die de cirkel sluiten.

De westerse astrologie.
Leeuwen en kreeften,
ook hun sterren draaien elk jaar mee.

Hoog aan de nachtelijke hemel.
De grote beer draait in haar baan.
De kleine beer volgt haar op de voet.

In die zware klokken ervaren wij tijd.

Het verschijnsel dat Albert Einstein
ruimte-tijd noemde.

De klok op de kerktoren draait rond in één dag.
De klok van zware reus Jupiter,
waar de tijd iets trager loopt,
draait rond in 12 jaar.

De ene klok is de andere niet.
Dat noemde hij relativiteit.

De zwaarte van het heelal buigt ook de tijd mee.

Verleden, heden en wat nog komen moet:
het staat al op de klok geschreven.

Einstein zei: “het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst
is niets anders dan een “hardnekkige, hardnekkige” illusie.
Zoals een trein die over een spoor rijdt:
het station waar je vandaan komt en het station waar je naartoe gaat,
zijn er allebei al, ook al zie je ze nu niet.