Momenten

Foto van een persoon

Een aanvraag bij de bureaucraat.

Ik heb een vergunning voor een overkapping nodig. Ik wil mijn auto een beetje beschermen tegen de wind en regen, én tegenwoordig ook tegen de verschroeiende zon.

Wie kan helpen? Google of een betaalde bureaucraat? Ik maak een online afspraak met een gemotiveerde ambtenaar. Het gemak van een telefoon behoort tot het verre verleden, terwijl ze in koor klagen over een berg mails.

Werk hebben de ambtenaren zeker, maar ik zie ze er niet echt mee bezig. Ik trek een nummertje en wacht als een brave peuter met gekruiste armpjes in hun rij. De bureaucraten hebben het zwaar. Om hun werkdruk een beetje te verlichten delen ze graag hun humor. Onderlinge lachjes en grapjes, maar geen kind in de wachtrij die hun plezier begrijpt. Het is mijn beurt.  

Een opvallend diepe zucht. De ambtenaar is al moe voor ik mijn eerste woord heb gezegd.

“Zeg het een keer”.

Ik deed in ieder geval al iets fout. Ik durfde een nummertje te trekken. En bij het zien van zo’n vermoeid gezicht, mijn wenkbrauw er heel eventjes bij.

Maar dan heb je het voorgoed verkorven. Als de bureaucraat je wenkbrauw ook maar iets ziet trillen, dan tovert hij een muur. Je kan nog eens kloppen op de muur, maar de muur wordt dan een burcht. Tegenwoordig staat er zelfs kogelvrij glas tussen de bureaucraat en de peuter.

Ambtenaren stellen zich geen vragen. Zij zitten tot aan hun pensioen samen op een veilige trein. Mijn overkapping vinden ze sowieso overbodig.

Het is een Italiaan

Drie weken zon, zee, wijn en vooral veel lachen. Twee vrouwen op reis, zonder plannen, zonder verplichtingen. Een vakantielief hoort er dan gewoon bij.

We zaten op een terras toen hij aankwam. Italiaans zoals in de films. Donker haar en warme ogen. We raakten aan de praat, of beter gezegd… dat probeerden we. Ik sprak geen Italiaans, hij amper Engels. Er bleef niet veel over dan glimlachen, gebaren maken en een paar woorden die we halvelings hetzelfde begrepen.

Later die avond zaten we op het strand met muziek op de achtergrond. Ik speelde het onschuldige engeltje. Dat was ook niet moeilijk met zo’n gebrekkig taalgebruik. Toch werd het prettiger en gingen we de volgende dag wandelen, drinken en bij hem thuis muziek luisteren. En heel veel praten met handen en ogen in de plaats van woorden.

Na een paar dagen gebeurde het. Hij keek me aan, een beetje smekend, om verder te gaan. Ik schudde mijn hoofd en zei: “Nee… wacht nog een even.” Voor mij was het moment eigenlijk al geslaagd.

Even later vroeg hij plots:
“First? Dat Engelse woord kende hij wel.

Ik keek hem aan en zei reflexmatig: “Ja”.

Het was een leugentje, maar onomkeerbaar. Vanaf dat ogenblik werd ik voor hem een prinses. Ik kon niet geloven dat hij daar zonder aarzelen was ingetrapt. Ik lieg eigenlijk zelden tot nooit, maar hij heeft me de kracht van eerlijkheid geleerd. Ik kreeg spijt dat ik had gelogen omdat hij mijn geveinsde maagdelijkheid respecteerde, zonder aan zachtheid in te boeten.

Maar eerlijk gezegd, het maakte de vakantie toch een beetje zachter. Het was een mooie klik tussen twee mensen, zonder de lichamelijke vertaling. Als de eerste nacht tussen de lakens tegenvalt, dan kan een mens al snel de weg naar huis vinden. Maar als de klik ook lichamelijk gevoeld wordt, dan valt het afscheid toch een pak zwaarder.

Na drie weken moest ik terug naar huis.

Hij stond op het perron toen de trein vertrok. Zijn hand tegen het raam, zijn gezicht helemaal nat van de tranen. Hij huilde zoals alleen Italianen dat kunnen: zonder schaamte en zonder reserve. Ik voelde plots ook tranen opkomen.

Zelfs mijn vriendin deelde een traantje met hem mee.

Ze vroeg me: “Hoe heb je dat gedaan?”

De trein begon te rijden. Langzaam werd het perron kleiner.

Ik haalde mijn schouders op.

“Het is een Italiaan.”

De subtiele vrouw in mij.

Mijn zoektocht naar de perfecte huisman is een zelfgekozen lijdensweg, ik mag er niet over klagen. Net iets wat ik uitzonderlijk goed kan. Ik ben een professionele klaagster en ik ontmoette een professionele basketbalspeler. Hij was best groot en breed voor een grasspriet als ik.
De oerdrift in mij was geprikkeld, een gezond beest met een schattig gezicht. Maar dat werd hét grote probleem. Zijn grote glimlach begon me te vervelen. Sommige mannen zijn als een dweil, de basketter speelde daarvan de grootste versie.
Ik had al snel begrepen dat hij geen prins op het witte paard zou worden voor mij. Zijn voeten zouden toch de grond raken, en het paard van tussen zijn benen weggelopen.
Ik was zeker, ik beëindigde de relatie. Dat kon ik professioneel. De deur toe, een dikke muur, de relatie afgesloten.
Een week later had hij al een nieuw lief. Het nieuws schoot me compleet in het verkeerde keelgat. Hoe kon die me zo snel vergeten zijn?
Ik wilde hem terug. Het probleem was: hij wilde mij niet terug.
Ik kon hem geen ongelijk geven, maar alsnog wilde ik hem op dat ogenblik wel terug.
Binnen de kortste keren kwam ik de basketter en zijn vervelende vriendin niet toevallig tegen op een bijeenkomst. Ik ging netjes in zijn buurt staan alsof hij ook nog een beetje mijn liefje was. Maar zo groot als hij was, zo groot was zijn muur geworden. Nog steeds met zijn babygezicht.
Ik bekeek hem nog eens grondig. Gelukkig zag ik het terug. Het was subtiel.
Hij was nog steeds een dweil, gewoon de dweil van een ander geworden.

The Stories Podcast wordt gesponsord door

Verken de episodes

Podcast